8 tips om over WO1 te praten in het BuSO

Op uitnodiging van leerkracht Hilde Wielandts gaf ik, een jonge doctoraatsstudente geschiedenis, vorig jaar een presentatie over de Eerste Wereldoorlog in het Bijzonder Secundair Onderwijs St-Gregorius in Gentbrugge.

De 16 leerlingen waaraan ik toen les gaf worden er voorbereid op een toekomst waarin ze beschermd werken in het kader van tewerkstellingsprojecten op maat (OV2).

Ik was best wel nerveus, want ik heb nauwelijks leservaring. Om me goed voor te bereiden heb ik toen veel gelezen en nagedacht over strategieën om de aandacht van de leerlingen te vangen, en over de boodschap die ik als historica wou overbrengen.

De PPT presentatie die ik voor deze gelegenheid maakte, kun je hier bekijken om inspiratie op te doen. Hieronder volgen ook nog een aantal tips:

Zoek persoonlijke verhalen van getuigen die ongeveer even oud waren als de leerlingen
Start vanuit de beleving van de leerlingen. Getuigenissen maken de oorlog concreet, vooral als de getuigen even oud waren of uit dezelfde streek kwamen als de leerlingen. Licht een getuigenis toe, en probeer de leerlingen te betrekken bij het verhaal. 

Hoe concreter het voorbeeld, hoe gemakkelijker de leerlingen zich kunnen inleven in het verhaal. Tijdens mijn presentatie besprak ik het levensverhaal van de Ierse soldaat John Condon, die een beetje jonger was dan de leerlingen, en van spionne Gabrielle Petit, die een aantal jaar ouder was dan hen.

Maar opgelet: “Historische empathie wil menselijke keuzes begrijpen en is niet louter meeleven met slachtoffers of het veroordelen van daders”, aldus één van de toetsstenen herinneringseducatie die opgesomd worden in de overigens uitstekende brochure ‘100 jaar Groote Oorlog – herdenken in de klas’.

Zoek lokale voorbeelden
Ga op zoek naar foto’s van je gemeente in oorlogstijd. Sommige gemeenten of regio’s beschikken over een gedigitaliseerde beeldbank die de zoektocht aanzienlijk vergemakkelijkt, zoals Brugge, Oostende, Kortrijk, Mechelen, Antwerpen (Beeldbank AVA).

Bijna elke Belgische gemeente heeft een oorlogsmonument, en veel van die monumenten worden gedetailleerd beschreven in de Inventaris Onroerend Erfgoed. Toon een foto (of nog beter – ga erheen) en bespreek de betekenis en historiek van het monument. De leerlingen kennen het vast en passeren er misschien wel elke dag, vaak zonder te weten dat het monument naar de Eerste Wereldoorlog verwijst.

Benadruk de tol die het conflict eiste
Voor deze tip haalde ik de mosterd bij een interview met historica Sophie de Schaepdrijver (dat je hier kunt nalezen in de brochure “100 jaar Groote Oorlog herdenken in de klas”, p. 15). Zij maakt duidelijk onderscheid tussen lager en secundair onderwijs, en stelt dat leerkrachten in het lager best de nadruk leggen op de tol die het conflict eiste en op het (over)leven aan het front en in het bezette land. In het secundair mag wat dieper ingegaan worden op de internationale dimensie van het conflict.

Voor het BuSO lijkt het me belangrijk om het vooral te hebben over België in oorlog, en wat dat concreet precies betekent, zonder echter de internationale dimensie te vergeten, en af en toe, rekening houdend met het niveau van de leerlingen, de blik te verruimen en België in een breder kader te plaatsen. Zelf deed ik dit door een foto te tonen van de koloniale troepen in Congo (“er werd ook gevochten in Afrika”) en een tweede foto van Marokkaanse strijders in de Westhoek (“er vochten Marokkanen in België”).

Spreek niet enkel over de soldaten, maar ook over de burgerbevolking
De Belgische oorlogservaring beperkt zich niet tot het IJzerfront, maar omvat ook de bezetting en de ballingschap. Vertel het verhaal van de Belgen die bleven en zij die vluchtten, van de problemen waarmee zij geconfronteerd werden, en van hun reacties daarop.

Praat ook over de spanningen die tussen hen bestonden (zie daarvoor het uitstekende artikel van Antoon Vrints over “Eenheid in verdeeldheid. Tegenstellingen in België tijdens WO1″, gepubliceerd in 2014 in het Belgisch Tijdschrift voor Belgische Geschiedenis). De bevolking vond de vluchtelingen maar lafaards, terwijl de vluchtelingen vonden dat de blijvers zich niet hard genoeg verzetten tegen het bezettingsregime. Vraag de leerlingen wat ze zelf gedaan zouden hebben: vluchten, blijven of vechten?

Begeleid de blik van de leerlingen bij het bekijken foto’s, documenten en objecten
Foto’s, documenten en objecten zijn essentieel om te kunnen komen tot een ‘historische sensatie’. Gebruik ze niet gewoon als illustratie bij je uitleg, maar als bronnenmateriaal en als vertrekpunt. Ga er nooit vanuit dat de leerlingen begrijpen wat ze zien. Stel vragen en begeleid hun blik, zodat ze niet gewoon kijken maar begrijpen.

Voor leerkrachten is het niet altijd even makkelijk om aan objecten of aan documenten te raken. Vraag aan de leerlingen of ze zelf toevallig niets in huis hebben (een meisje in Gentbrugge had de medaille van haar overgrootvader, die vocht aan de IJzer, meegebracht). Propagandaposters en reproducties van krantenartikels kunnen gevonden worden in de Oorlogskranten, die je vindt in je plaatselijke bibliotheek.

Wees kritisch als je foto’s, documenten en objecten toont
Ons beeld van de Eerste Wereldoorlog wordt gevormd door propaganda- en anti-oorlogsfilms, door artikels die verschenen in de gecensureerde en clandestiene pers en door foto’s die soms niet helemaal de werkelijkheid weergaven.  Als je een foto toont van een slagveld, leg dan zeker ook uit dat er tijdens de oorlog eigenlijk zelden of nooit foto’s werden getrokken tijdens de gevechten zelf, dat de meeste foto’s in scène zijn gezet achter het front en dat sommigen zelfs bestaan uit meerdere verknipte negatieven (“gefotoshopt”). Meer informatie vind je in de catalogus van de tentoonstelling Shooting range – Fotografie in de vuurlinie, die je vast ook in de plaatselijke bibliotheek terugvindt.

Schuw geen moeilijke concepten
Schuw geen moeilijke concepten, zoals incivisme of activisme, maar probeer die in eenvoudige bewoording uit te leggen. Maak een vergelijking met een soortgelijke situatie die de leerlingen al kennen en die er enigszins mee te maken heeft of erop lijkt (bijvoorbeeld incivisme en profiteurs), en leg uit hoe de twee concepten van elkaar verschillen. Maak hierbij gebruik van voorbeelden en verhalen.

Nodig experts uit of ga hen opzoeken
Dit is een tip van leerkracht Hilde Wielandts, die een indrukwekkend programme opstelde voor haar leerlingen. Ze nodigde niet alleen mij als historica uit, maar ook iemand van Handicap International die zou komen spreken over de slachtoffers van niet-ontploft oorlogstuig (Scars of War), en ze ging met haar klas later die week ook nog een vluchtelingencentrum bezoeken in Gent, zonder de klasreis te vergeten vermelden die ze organiseerde naar de frontstreek rond Ieper.

 

Karla Vanraepenbusch & Hilde Wielandts